Oost, west...
Woensdag 16 januari 2008 - Wie ze zijn en wat ze doen, dat weet niemand. Maar ze zijn er. En niet voor het eerst. Met z'n drieŽn, uit het oosten. Maar of dat zo wijs is?


Ze zijn wel groot. Maar ze ogen vriendelijk. Kennelijk zijn ze naar Bergen op Zoom gekomen met de beste bedoelingen. En in elk geval met de auto. Een klein grijs wagentje met twee enorme luidsprekers op het dak.
En een vlaggetje.

Het autootje staat netjes geparkeerd voor het bordes van het Bergse stadhuis. De drie uit het oosten staan geparkeerd in de raadzaal. Ze hebben daar het hoogste woord, maar in een opmerkelijk accent. Iets onbestemds. Geen Bergs.
Het extravagante trio detoneert niet alleen in woord, maar ook in gebaar. Terwijl de raadzaal blauw ziet van de kielen (het is de laatste mogelijkheid om in te schrijven voor de optocht) steekt het bonte Trio Onbekend toch een beetje af. Zo draagt de grootste van het stel een immense pruik boven imposante gewaden, behangen met juwelen. Parels zijn het, parels voor de zwijnen. De ander draagt een kostuum, eentje dat geheel is opgebouwd uit krantenkoppen. Ook leuk.
Zoals alle wijzen uit het oosten dragen ook deze drie geschenken met zich mee. De een heeft een mooie kerstboom bij zich. Vol met gekleurde ballen. 'Om gezellig met jullie, Krabben, een boompje op te zetten', schatert hij. De ballen in de boom zijn voorzien van rare symbolen en eigenaardige teksten: 't Is wir sport.
De tweede vreemdeling, die verdwaald is zeker, draagt een grote juten zak. De uitleg volgt ongevraagd. 'Het is een zak vol zand. We lazen in de krant dat de Bergse Plaat aan het wegzakken is en als de nood het hoogst is, willen wij best helpen.'
Terwijl de gasten uit het oosten het hoogste woord voeren en hun hanig gedrag ook nog eens beloond zien met een gratis biertje, schuift nummer drie een beetje schuchter langs de monumentale muren. Alsof hij zich schaamt voor de grootspraak van zijn kornuiten. Die razen onverminderd voort...

'Ach, meneer, we komen al drie jaar in het Krabbegat. We hebben hier zelfs staan collecteren, midden op de Mart, in 't hol van de leeuw. Toen hebben we ook al de krant gehaald.'

Nummer drie veert op. De krant, verrek, dat was het. De krant. Trots tovert hij zijn cadeau tevoorschijn:

'Alsjeblieft, de nuuwe Kwakkelkraant. Uit Tullepetaonestad.'